De verwachting van de overheid dat kinderen een deel van de zorg voor hun ouders op zich nemen, is in veel gevallen niet reëel omdat de onderlinge relatie niet hecht genoeg is, blijkt uit een groot en langjarig onderzoek naar familiebanden. Sociologisch onderzoek toont aan dat vier van de tien kinderen geen harmonieuze relatie met hun ouders hebben.

Als zij ingeschakeld worden in de zorg voor hun ouders, neemt de kans op conflicten toe, schrijft onderzoeker Martijn Hogerbrugge in het demografische vakblad Demos. Hij baseert zich op bevindingen van de Netherlands Kinship Panel Study, waarin ouders, kinderen, broers en zussen tussen 2002 en 2014 herhaaldelijk zijn ondervraagd over hun onderlinge contact.

Harmonieus
Iets meer dan de helft van de ouder-kindrelaties is harmonieus. Kenmerken daarvan zijn dat ze elkaar minimaal een keer per maand opzoeken en er praktische, emotionele of financiële hulp wordt uitgewisseld. De kans op conflicten is klein, de bereidheid tot mantelzorg groot.

Tussen volwassen broers en zussen onderling is de relatie minder vaak harmonieus; in twee op de drie gevallen is er niet veel contact of is de relatie wankel of conflictueus.

Inflexibel
Uit het onderzoek blijkt dat er in de loop van de tijd weinig verandert in de kwaliteit van de familiebanden. "De vraag is dan ook", schrijft Hogerbrugge, "in hoeverre overheidsbeleid dat gericht is op het stimuleren van mantelzorg succesvol zal zijn". Zorg verlenen vereist in veel gevallen dat het kind zijn relatie met de ouders moet aanpassen, terwijl die band in de praktijk nauwelijks flexibel is.

Bovendien blijkt dat het bieden van hulp, dus een intensiever contact, vaak gepaard gaat met meer conflicten tussen familieleden. Mogelijk wordt het welzijn in Nederland uiteindelijk negatief beïnvloed door de inzet van de regering op mantelzorg, concludeert de onderzoeker.